Home Reizen van Jan en Carla



Bulgarije en Roemenië



10 – 23 juni 2026


INLEIDING

Dit jaar gaan we weer naar Oost-Europa, nu naar Bulgarije en Roemenië. We weten weinig van deze landen, behalve dat er nogal wat gastarbeiders uit die regio in het westelijk deel van Europa werken en dat het niet de meest welvarende landen zijn. Misschien moeten we onze gedachten eens bijstellen. Eerder waren we al in een aantal buurlanden, dus wat eten betreft verwachten we geen grote verrassingen. Het landschap moet afwisselend zijn. Bovendien gaat de geschiedenis al een aantal millennia terug -verder zelfs dan de Grieken en Romeinen. Genoeg argumenten voor ons om er een kijkje te gaan nemen.

REISROUTE

1.  Dag 1. 10-06-2026: Amsterdam > Sofia
2.  Dag 2. 11-06-2026: Sofia
3.  Dag 3. 12-06-2026: Sofia > Stob > Rilaklooster > Plovdiv
4.  Dag 4. 13-06-2026: Plovdiv
5.  Dag 5. 14-06-2026: Plovdiv > Kazanlak > Buzludja > Veliko Tarnovo
6.  Dag 6. 15-06-2026: Veliko Tarnovo > Shumen >Madara >Stenen Woud >Varna
7.  Dag 7. 16-06-2026: Varna
8.  Dag 8. 17-06-2026: Varna >Isperih > Ivanovo>Roese >Boekarest
9.  Dag 9. 18-06-2026: Boekarest > Sinaia>Brasov
10. Dag 10. 19-06-2026: Brasov, Bran
11. Dag 11. 20-06-2026: Brasov>Fagaras >Sibiu
12. Dag 12. 21-06-2026: Sibiu >Cozia >Curtea de Arges >Boekarest
13. Dag 13. 22-06-2026: Boekarest
14. Dag 14. 23-06-2026: Boekarest>Amsterdam

REISBESCHRIJVING

di 09-06:

RUURLO – BADHOEVEDORP

Na een wat onrustige dag -met de zoveelste spoedbehandeling bij de tandarts en in de verwachting dat ik gewapend met steriel mondwater, antibioticapillen en paracetamol in de vakantie gevrijwaard blijf van ‘gedoe’- vertrekken we rond 18.00 uur naar het inmiddels welbekende Ibishotel in Badhoevedorp. Het is na de spits, dus lekker rustig op de weg. Aangekomen nog een kop koffie, wat TV kijken en lezen en dan zoeken we ons bed op.

 

Dag 1, wo 10-06:

AMSTERDAM – Frankfurt – SOFIA 

Op Schiphol eerst nog even een bagageband voor om mijn koffer gekocht. We zijn ruim op tijd en het is niet heel druk. Zowel de vlucht van Amsterdam naar Frankfurt als die van Frankfurt naar Sofia verloopt vlot en om 18.00 uur plaatstelijke tijd (het is daar een uur later dan bij ons) landen we in Bulgarije op de luchthaven bij Sofia. Hier ontmoeten we de andere reisgenoten en Tsvetelin, onze reisleider en tevens gids in Bulgarije. Hij spreekt uitstekend en goed verstaanbaar Nederlands, zowel w.b. uitspraak als volume. Na incheck in het hotel en een praatje van de reisleider over wat praktische zaken gaan we met drie reisgenoten in de stad een hapje eten. Het eten is deels warm maar niet lekker en deels smakelijk maar vrijwel koud. Desondanks gezellig samen gegeten.

BULGARIJE;

Oppervlakte::
Bijna 2,7 keer zo groot als Nederland.
Ligging:
Bulgarije ligt in het zuidoosten van Europa. Het land heeft twee watergrenzen: de noordelijke grens met Roemenië wordt over een afstand van ca. 425 km gevormd door de Donau en de oostelijke grens door de lange kunststrook van de Zwarte Zee. In het zuidoosten grenst het land aan het Europese deel van Turkije en in het zuidwesten aan Griekenland. In het westen grenst Bulgarije aan Noord-Macedonië en Servië.
Landschap
Bulgarijes landschap is divers met uitgestrekte bossen, vlaktes en valleien met vruchtbare landbouwakkers, wijngaarden en zonnebloemvelden. Het land staat bekend om zijn ongerepte natuur met beren en wolven in de berggebieden. Ongeveer 30% van het land is bergachtig. Het Balkangebergte verdeelt het land van west naar oost, met in het zuiden hoge massieven zoals het Rila- en Piringebergte. In het noorden ligt het vruchtbare Donaulaagland en in het zuidoosten de Thracische Laagvlakte. De Zwarte-Zeekust heeft brede zandstranden, baaien en rotsachtige kliffen. Naast de Donau zijn de Iskar en Maritsa belangrijke rivieren.
Weer en klimaat:
Bulgarije heeft over het algemeen een Midden-Europees landklimaat, dat beïnvloed wordt door het Balkan gebergte en de Zwarte Zee. Noord-Bulgarije heeft een uitgesproken landklimaat, met hete zomers en strenge winters. Ten zuiden van het Balkangebergte -dat een klimaatscheiding vormt- heerst een zachter klimaat en vertoont dichter bij Griekenland steeds meer mediterrane trekjes.
Hoofdstad:
Sofia
Regeringsvorm:
Republiek
Vlag:
Deze bestaat uit drie gelijke horizontale banen: boven wit, daaronder groen, en onderaan rood. Na de Russisch-Turkse Oorlog van 1878, gebruikte Bulgarije korte tijd de wit-blauw-rode vlag zoals die van Rusland. Het blauw werd echter kort na het verkrijgen van de onafhankelijkheid vervangen door groen, dat de landbouw symboliseert.

Munteenheid:
sinds januari 2026 betaalt men met de Euro; daarvoor met de Bulgaarse Lev.
Bevolking:
Bulgarije telt ongeveer 7,8 miljoen inwoners. Bulgaren vormen de grootste bevolkingsgroep (77%), gevolgd door Turken (9%) en Roma (4,5%). Verder wonen er nog kleine groepen Macedoniërs, Armeniërs, Roemenen, Russen, Joden en Tartaren. Het aantal inwoners van Bulgarije is al jaren aan het afnemen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de vergrijzing en de sterke emigratie. Sinds 1989 hebben bijna 2 miljoen Bulgaren hun land verlaten, waarvan een groot deel hoogopgeleid is. De Bulgaarse regering probeert verschillende maatregelen te treffen om de bevolkingsgroei te stimuleren, bijv. door het financieel aantrekkelijk te maken om kinderen te krijgen en nieuwe banen te creëren voor de huidige jongeren, zodat ze hun geluk niet in het buitenland hoeven te zoeken.
Cultuur Bulgarije:
Bulgaren worden gezien als gastvrije en behulpzame mensen. Wat een beetje voor verwarring kan zorgen is dat Bulgaren ‘nee’ schudden als zij ‘ja’ bedoelen en andersom (deze ervaring hadden we ook al in Noord-Macedonië). De Bulgaren weten dit inmiddels en zéggen daarom ook ‘ja’ en ‘nee’ tijdens het hoofdschudden. ‘Ja’ is het in Bulgaars ‘da’ en ‘nee’ is ‘ne’ waarbij ze een korte è uitspreken. Bulgaren vieren naast hun verjaardag ook hun naamdag. Er bestaan veel heiligen in de orthodoxe kerk. Als een Bulgaar een naam heeft die op een naam van een heilige lijkt, heeft hij/zij een naamdag. Dit wordt net als een verjaardag gevierd met muziek en veel lekker eten en drinken.
Religie:
Voor veel Bulgaren is religie meer een onderdeel van de cultuur dan een geloofsovertuiging. Niet zo vreemd gezien tijdens het communisme alle religies verboden waren en openlijk uitkomen voor je geloof zelfs als strafbaar werd gezien. Pas na de val van het communistische regime kregen alle Bulgaren geloofsvrijheid. Het grootste deel van de gelovige Bulgaren is christen en behoort tot de Bulgaars-orthodoxe kerk, met aan het hoofd de patriarch van Sofia. Het christendom werd in 865 door de eerste Bulgaarse tsaar, Boris I, als officiële godsdienst ingevoerd. Tijdens de 500 jaar Ottomaanse bezetting vond echter een massale islamisering plaats. Veel kerken en kloosters werden toen vernietigd. De kerken die er wel waren moesten altijd lager dan de moskeeën gebouwd worden. Tegenwoordig is nog ongeveer 15% van de bevolking moslim. Daarnaast zijn er kleine groepen rooms katholieken, protestanten en joden. De vrijheid van godsdienst en de scheiding van kerk en staat worden door de Bulgaarse grondwet gegarandeerd. Maar de grondwet bepaalt tevens dat de staat toezicht houdt op de kerkgenootschappen. Dus je kan je afvragen hoe sterk die scheiding van kerk en staat in werkelijk is.
Taal:
De overgrote meerderheid van de bevolking spreekt Bulgaars, dat tevens de officiële taal van het land is. Daarnaast wordt er op kleine schaal Turks en Romani gesproken. Bulgaars is een Zuid-Slavische taal die niet alleen gesproken wordt door de inwoners van Bulgarije, maar ook door minderheden in het Griekse Thracië, het Roemeense deel van Dobroesja en in Moldavië. Het Bulgaars wordt geschreven in het cyrillische alfabet.

Dag 2, do 11-06:
SOFIA
Onze eerste echte vakantiedag, maar ook een dag met een paar ‘pechmomentjes’. Om te beginnen neem ik per abuis Jans pil in i.p.v. mijn antibioticum. Vervolgens na het ontbijt: sleutel weg! Zoeken, zoeken … De vriendelijk dame in de ontbijtruimte -maar geen woord over de grens- maakt ons uiteindelijk duidelijk dat we naar de receptie moeten. Daar is onze sleutel (een kaartje) natuurlijk ook niet, maar à raison van €20,- (!) kunnen we wel een nieuwe krijgen. Weer terug naar de ontbijtzaal en daar vinden we hem gelukkig.

Sofia is de hoofdstad van Bulgarije en veruit de grootste stad van het land met een bevolking van ruim 1,3 à 2 miljoen inwoners. Dat is bijna 1/5e van het totale aantal inwoners van Bulgarije. De stad dankt haar ontwikkeling vooral aan de centrale ligging in de Balkan, nl. in het westen van Bulgarije, omgeven door bergen, aan de noordelijke voet van de Vitosjaberg. Drie bergpassen leiden naar de stad, die al sinds de oudheid fungeert als een verbindingsplaats tussen de Adriatische Zee en Centraal-Europa met de Zwarte- en de Egeïsche Zee.

Een geschiedenis met verschillende namen: Sofia is een van de oudste nederzettingen in Europa. Waar nu nog steeds de stadskern van Sofia is, bevonden zich volgens archeologen al 5000 jaar v.Chr. meerdere nederzettingen. Deze groeiden geleidelijk aan elkaar en er ontstond aan het begin van de 9e eeuw v.Chr. een bewoond gebied met rond de duizend inwoners, een aanzienlijke stad voor de begrippen van die tijd.

De oudst bekende naam van Sofia is Serdica, naar de Serden, de Thracische stam die hier toen woonde. In 29 v.Chr. kwam de stad in Romeinse handen. Later verwoestten de Hunnen het Romeinse Serdica, waarna de Byzantijnse keizer Justinianus I de stad als Triaditsa herbouwde. De Slavische Bulgaren doopten haar in 1376 om tot Sofia, naar de Sveti Sofiakerk. Zes jaar later kwam de stad aan het Ottomaanse Rijk; de Turken zouden er bijna vijf eeuwen blijven. In 1878 namen de Russen tijdens de Russisch-Turkse Oorlog de stad in: Sofia werd na de Turkse nederlaag in 1879 de hoofdstad van het moderne Bulgarije. Toen had het nog slechts 20.000 inwoners. In de Tweede Wereldoorlog leed Sofia zware schade, waarna de stad in communistische stijl werd herbouwd en uitgebreid.

Stadsbeeld: ‘Sofia groeit, maar wordt niet ouder’ staat er geschreven op het wapen van de Bulgaarse hoofdstad. Sinds het ontstaan van de stad groeide Sofia flink, maar ging ook met zijn tijd mee. Romeinse overblijfselen, kerken uit de middeleeuwen, moskeeën uit de periode van de Ottomaanse overheersing, tsaristische paleizen en robuuste communistische gebouwen: in Sofia vind je ze allemaal. De meeste hoofdstedelingen wonen in de grote betonnen buitenwijken. Het centrum van Sofia is compact: er zijn veel imposante kerken en overheidsgebouwen, aantrekkelijke pleinen en overblijfselen uit het communistisch tijdperk. Verder veel moderne winkels en leuke restaurants. Er zijn nauwelijks kleine steegjes, wel brede straten. Wat opvalt zijn de vele zitgelegenheden, zowel in de stad als in de vele grote en kleine parken. 

Driehoek van religieuze tolerantie: In Sofia valt de hoge dichtheid van kerken meteen op, zowel orthodoxe als katholieke. De orthodoxe Sveta-Nedelyakerk, de Banya-Bashimoskee en de synagoge liggen op slechts enkele meters van elkaar. De locatie van deze laatste drie religieuze gebouwen is belangrijk omdat ze de nadruk leggen op begrip en acceptatie van een multi-religieuze samenleving in Bulgarije. De synagoge was in 1909 het laatste gebouw binnen deze ‘Driehoek van Religieuze Tolerantie’. Maar nog geen 80 jaar later was het gedaan met de verdraagzaamheid. In 1984 werden Turkse namen verboden en moskeeën gesloten. In 1989 ontvluchtten honderdduizenden moslims het land vanwege de repressieve maatregelen tegen islamitische minderheden. Je vindt nu dan ook voornamelijk Christelijke kerken in het centrum.

We hebben, geheel tegen onze gewoonte, besloten mee te gaan met de stadswandeling in de ochtend onder begeleiding van onze reisleider/gids omdat hij goed verstaanbaar Nederlands spreekt en een officiële licentie als gids heeft. Uiteindelijk hebben we hier geen spijt van.

Naast een aantal grote gebouwen uit de Sovjettijd komen we o.a. langs: de Gele Keien. Typisch voor de straten die op het plein rond de kathedraal uitkomen zijn de gele Hongaarse keien, die in 1907/1908 een geschenk van tsaar Boris III waren. Wanneer iemand aan wil geven uit Sofia te komen, zegt hij/zij ‘van de gele keien te komen’. En met iemand die ‘op de gele keien loopt’, bedoelt men parlementsleden, omdat het parlementsgebouw aan het plein met de gele bestrating ligt. Het Standbeeld van Sofia, symbool van de stad. Ze staat op de plaats waar eerder een beeld van Lenin stond.

De Sveta Nedelyakerk (1867) staat op de plaats waar al sinds de 10e eeuw kerken stonden. De kerk werd flink verwoest tijdens een bomaanslag op tsaar Boris III in 1925; communistische terroristen bliezen het dak op waarbij meer dan 150 mensen om het leven kwamen. Boris was die dag echter aan de late kant waardoor hij gespaard bleef. Opnieuw werd de kerk gerestaureerd, dit keer in Byzantijnse stijl. Het oude Serdica. Dit archeologische complex ligt gedeeltelijk onder een plein, naast het metrostation. Bij de aanleg van de tweede metrolijn van Sofia tussen 2010 en 2012 is het oude Serdica, overblijfsel van een Romeinse stad, ontdekt. Het moderne Sofia ligt er bovenop. De jaren erna is een groot deel van de ruïnes blootgelegd, dat zich uitstrekt over een gebied van 9000 m2. Serdica ligt deels in de buitenlucht en deels ondergronds, soms beschermd door glazen koepels waardoor je de moderne architectuur van Sofia kunt zien. De resten van de oude Romeinse stad dateren uit de 1e t/m de 6e eeuw. Je kunt gewoon door de oude ruïnes lopen; ernaast hangt duidelijke informatie.

De Centrale Mineraalbaden/Stadsmuseum van Sofia. In dit voormalige Turkse badhuis (1913) konden mensen nog baden totdat in 1986 het dak bijna instortte. Na een renovatie is hier sinds 2015 het museum van de stad Sofia.

Naast het badhuis vind je een mineraalwaterbron, waar gratis bronwater getapt kan worden. Je ziet hier de lokale bevolking dan ook flessen/jerrycans vullen.

Sint-Joriskerk/Rotonda Sveti Georgi. Deze kerk is het oudste Romaanse gebouw van Sofia. Eromheen liggen ruïnes van de oude stad Serdica uit de 2e-3e eeuw n.Chr. Hier zie je ook dat Sofia lange tijd een communistisch bewind heeft gehad met minimale ruimte voor religie. Om de geschiedenis niet verloren te laten gaan, maar ook niet te veel te laten opvallen, werd het gebied omringd door communistische gebouwen. Nu ligt de ronde rode kerk verstopt op de binnenplaats tussen het Sofia Balkan Palace Hotel en Het Presidentschap. De kerk is nog altijd in gebruik. Historici menen dat de Romeinen de kerk hebben gebouwd in de 4e eeuw in opdracht van keizer Constantijn de Grote. Oorspronkelijk zou het een tempel zijn geweest. Met de komst van het christendom werd de rotonde in de 6e eeuw een doopkapel en de Ottomanen maakten er in de 16e eeuw een moskee van. Na ingrijpende restauratiewerkzaamheden is de ronde kerk van rode baksteen sinds 1998 weer open voor publiek.

Ivan Vazov Nationaal Theater (1907) en de Russische St. Nicolaaskerk, met weelderig bewerkte gevel en vijf vergulde bolvormige koepels als bekroning. De Alexander Nevski-kathedraal. Hét symbool van Sofia. In 1924 werd dit imposante gebedshuis ingewijd als eerbetoon aan de gevallen Russische soldaten tijdens de Russisch-Turkse oorlog van 1877-1878, die uiteindelijk tot de bevrijding van de Ottomaanse overheersing zou leiden. De kathedraal is vernoemd naar de Russische veldheer en staatsman Alexander Nevski. Aan de kerk werd 20 jaar gebouwd en ze biedt plaats aan 5.000 gelovigen. De buitenkant valt op door het bijzondere gouden koepeldak, waarvoor het bladgoud door de Russen werd geschonken. Daaronder in lagen op elkaar gestapelde groene koepels. De binnenkant van de kerk is versierd met kostbare gesteenten uit alle hoeken van de wereld. Verder fresco’s van bijbelscènes en belangrijke heiligen/martelaren.

Rond het middaguur eindigt de rondleiding. Bij het Nationaal archeologisch museum, min of meer om de hoek van het hotel, vinden we een aangenaam terras waar we prima lunchen. En dan even rust. ‘s Middags willen we weer op stap en dan krijgen we ons volgende ‘pechmomentje’: we krijgen de deur van de kamer niet open; opgesloten!! Naar de receptie gebeld en een kwartier later zijn we bevrijd. De voorspellingen voor vanmiddag zijn regen en onweer, maar het is nog droog. Op weg naar de St. Sofiakerk zien we bij het Palementsgebouw toevallig de wisseling van de wacht. Ook even leuk om te zien. We hebben nog wat op ons lijstje staan: De Sint-Sofiakerk (4e eeuw) is de oudste kerk van de hoofdstad. Ik krijg al meteen een boze mevrouw op m’n dak omdat ik foto’s maak: ik moet daarvoor betalen. De kerk werd gebouwd op het terrein waar vroeger andere gebedshuizen stonden die ooit deel uitmaakten van de Romeinse stad Serdica. Door invasies van de Goten en Hunnen werd de kerk meermaals verwoest en herbouwd, waarbij de huidige basiliek werd gebouwd onder de Byzantijnse keizer Justinianus. In de 14e eeuw gaf deze kerk haar naam aan de stad en staat dan ook afgebeeld in het stadswapen. Tijdens de Ottomaanse overheersing werden minaretten toegevoegd en fresco’s vernietigd. Twee aardbevingen in de 19e eeuw verwoestten het gebouw met als gevolg dat de moskee werd gesloten. Na 1900 werd begonnen met de restauratie. Ondergronds liggen de archeologische resten van eerdere kerken die hier ooit stonden.

De Banya Bashi-moskee (1566) maakte vroeger deel uit van een groot badhuis; Banya Bashi is een Turkse verbastering van ‘veel baden’. Dit verwijst naar de natuurlijke thermale baden waarop de moskee gebouwd is. Van de meer dan 70 moskeeën uit de tijd van vijf eeuwen Ottomaanse overheersing is de Banya Bashimoskee de enige die nog in gebruik is.

Overdekte markt Halite. Tegenover de moskee ligt deze markt, gebouwd in dezelfde stijl als de baden. Eigenlijk is het gewoon een hele grote, niet bijzondere, supermarkt, waar we wat te drinken en knabbelen kopen voor op de kamer. De Sefardische (Spaans-Joodse) Synagoge (1909) is naast die van Amsterdam en Boedapest één van de drie grootste synagoges in Europa. Het interieur schijnt rijk versierd te zijn en dat willen we wel zien. Maar dat valt nog niet mee. De voorkant van de synagoge is gesloten en in een andere straat moeten we aanbellen bij een deur in een lange muur (we worden gefilmd) en dan komen we op het terrein van de synagoge. Daar staat een zeer onvriendelijke man achter een hek die zo mogelijk nog onvriendelijker zegt dat we €8,- toegang p/p moeten betalen en verderop door de security moeten. Het doet me sterk denken aan de onvriendelijkheid van een aantal joden in Israël. Tas en rugzak worden ondersteboven gehaald en net als op het vliegveld worden we gescand. Na dit alles mogen we de synagoge in. Deze is mooi, maar niet zo indrukwekkend als die in Amsterdam. Tot slot gaan we op zoek naar de kerk van St. Petka van de Zadelmakers (11e eeuw). Na een paar keer vragen aan uiterst vriendelijke Bulgaren vinden we hem. We blijken er vanochtend al langs gelopen te zijn! De kerk is gewijd aan de heilige Petka van Iconium, die wordt vereerd als de beschermheilige van de zadelmakers. Tijdens de middeleeuwen was het gebied rond de kerk de thuisbasis van een gemeenschap van zadelmakers, die deze kerk ook onderhield, waardoor het gebouw door de eeuwen heen bleef bestaan. De kerk valt niet alleen op door haar geringe omvang maar ook door haar ligging onder straatniveau, want de kerk werd gebouwd aan het begin van de Ottomaanse bezetting. De Ottomanen bepaalden toen dat christelijke gebouwen een bepaalde hoogte t.o.v. het straatniveau niet mochten overschrijden c.q. ze mochten niet te veel opvallen in het straatbeeld en al zeker niet hoger zijn dan moskeeën.

Het is mooi geweest voor vandaag. We gaan wat lekkers drinken op een terras en ‘s avonds eten we bij de Italiaan naast het hotel.

Dag 3, vr 12-06:
SOFIA – Stob - Rilaklooster – PLOVDIV
Het schijnt dat de voorspelde onweersbui van gisteren (toen geen druppel gehad) vannacht met veel kabaal gevallen is. Ik heb er niets van meegekregen! Als we vertrekken is het een stuk koeler dan gisteren: het waait en ook de zon laat het afweten. Prima weer om in de bus te zitten. We gaan vandaag naar Plovdiv, maar eerst rijden we door het Rilagebergte naar Stob om de ‘Stobpiramides’ te zien. En daarvoor moet een pittige wandeling gemaakt worden. Eerst omhoog over ruw terrein en het laatste stuk behoorlijk steil naar boven. Ik kan goed merken dat de leeftijd nu een rol gaat spelen! Maar we komen er. Alleen het allerlaatste stukje naar de top laten we voor wat het is omdat het volgens een paar doorzetters meer van hetzelfde is.

De Stobpiramides zijn ontstaan door erosie waarbij het zachte gedeelte van de steen werd uitgesleten door regen/wind/sneeuw en het hardere gedeelte van de steen overbleef en zo een piramide of pijler vormde. Soms werden ze kleiner, maar er ontstaan ook nieuwe. De piramides hebben gemiddeld een hoogte van zes tot twaalf meter en hebben verschillende vormen, de meeste zijn conisch. Soms ligt er nog een deksteen op de aardpiramide waardoor deze de vorm van een paddenstoel heeft.

Vervolgens rijden we naar het Rilaklooster, dat ook in het Rilagebergte ligt.

Algemeen. Het klooster lijkt van buiten meer op een militaire vesting dan een klooster. Eenmaal binnen de 24 m hoge muren zie je een indrukwekkende binnenplaats met bogen die van binnen zijn beschilderd met heel veel fresco’s. Het Rilaklooster wordt gezien als het belangrijkste centrum van het Bulgaars-orthodoxe geloof. Het is het op één na grootste klooster van de Balkan en het grootste oosters-orthodoxe in Bulgarije. Op het hoogtepunt telde het complex 500 cellen voor monniken en 1000 slaapkamers voor pelgrims. Tegenwoordig wonen er nog een paar monniken, maar trekt het klooster nog steeds veel pelgrims en toeristen.

Het klooster, genoemd naar Johannes van Rila, werd in de 10e eeuw gesticht. Hij was een kluizenaar, die later door de orthodoxe kerk heilig werd verklaard. Zijn eenvoudige woning en graf werden een heilige plek en groeiden uit tot een groot kloostercomplex. Het was een belangrijk spiritueel en cultureel centrum voor de oosters-orthodoxe wereld. Zelfs tijdens de Ottomaanse overheersing (ca. 1400-1878) bleef het een belangrijke plek voor christelijke cultuur en kunst.

Het kloostercomplex werd meermalen verwoest of raakte in verval en moest tot tweemaal toe worden verplaatst. De huidige locatie dateert uit de 14e eeuw en ligt een paar km van de oorspronkelijke plaats. Het enige bewaard gebleven gebouw uit die tijd is de in 1335 gebouwde Chreljotoren.  Al het ander dateert van de in 1816 begonnen nieuwbouw, die door een grote brand in 1833 werd onderbroken en eigenlijk pas in 1870 is voltooid.

Ivan van Rila of Ivan Rilski (876-946), ook wel Johannes van Rila genoemd, wordt vereerd als de beschermheilige van Bulgarije en als een van de belangrijkste heiligen van de Bulgaars-orthodoxe kerk. Oorspronkelijk was Ivan van Rila een herder die op zijn 25e priester werd. Later besloot hij tot een leven van eenzaamheid en gebed. Hij leefde als kluizenaar in een grot in het Rilagebergte en werd bekend door de vele wonderen die hij verrichtte om mensen te helpen. Hij kreeg veel volgelingen die rondom zijn grot leefden. Zij stichtten na zijn dood aan het eind van de 10e eeuw het Rilaklooster.

Zijn graf is al eeuwenlang een bedevaartsoord voor duizenden pelgrims. Aanvankelijk lag dat in Veliko Tarnovo, voormalige hoofdstad van het Tweede Bulgaarse Rijk. In 1469 werd hij overgebracht naar een plek 2 km buiten het kloostercomplex bij de Sveti Luka (St. Lucaskapel) en de grot waarin de stichter van het klooster volgens de legende lange tijd leefde.

Er zijn jaarlijks twee feestdagen: 18 augustus, zijn overlijdensdatum en 19 oktober, de dag dat zijn overblijfselen werden verplaats van Veliko Tarnovo naar Rila.

Wat geweldig mooi is dit! En het is prachtig onderhouden. We horen af en toe harde (dieren?)geluiden. Later horen we dat dit opgenomen geluiden zijn die gieren maken. Die laten ze af en toe horen om de zwaluwen af te schrikken, die anders de muren zouden bevuilen. De galerijen met fresco’s zijn indrukwekkend en geen plekje is leeg. Soms vormen de schilderingen een soort stripverhaal. Je weet niet waar je kijken moet. Maar ook zeker de ‘Moeder Gods Ontslapeniskerk’ is prachtig. Hier is het ten strengste verboden te fotograferen. Dus een plaatje geschoten vanaf de drempel!

De ‘Moeder Gods Ontslapeniskerk’ is gebouwd in Byzantijnse stijl tussen 1834 en 1837 en versierd  met indrukwekkend houtsnijwerk en een groot aantal iconen die dateren uit de 14e tot de 19e eeuw. Ook bijzonder is de vergulde walnoothouten iconostase uit 1842 met 36 figuren. De binnenzijde van de kerk is één en al fresco. Van elk bijbelverhaal is er wel een afbeelding. Er is werkelijk geen plekje van de muren onbeschilderd. Ongeveer in het midden van de kerk staat -heel ongebruikelijk- een hoge gouden preekstoel. Ook ongewoon is dat er een graftombe in de kerk staat, nl. die van tsaar Boris III, de laatste Bulgaarse tsaar. Wél zijn tombe, maar niet zijn lichaam, want dat is sinds 1948 spoorloos. Deze tsaar Boris had in 1943 aan de Duitsers, weliswaar noodgedwongen, doorgang verleend voor hun tocht van Roemenië naar Griekenland. Maar toen bleek dat er 80.000 joden in Bulgarije waren was dat voor de nazi’s interessant. De tsaar slaagde erin om in twee dagen tijd alle joden officieel de Bulgaarse nationaliteit te geven; dit uiteraard tot grote ergernis van de Duitsers. Onder valse voorwendsels nodigden zij hem daarna uit in Berlijn en op zijn terugreis is hij overleden, waarschijnlijk vergiftigd. Hij is de enige Bulgaarse monarch die binnen de muren van een kerk (niet) begraven ligt.

Woongedeelte. De vier verdiepingen van het woongedeelte met de zwart-witte bogen bestaat uit ruim 300 monnikscellen, vier kapellen, de kamer van de abt en een bibliotheek met ruim 250 manuscripten en ca. 1000 oude drukwerken.

De verdedigingstoren (1335) op het binnenplein, gebouwd door Chrelja, telt vijf verdiepingen. Het was een verschansing voor het geval de Turken zouden aanvallen. In geval van nood was er voor de monniken eten en slaapgelegenheid. Onder de toren ligt een waterput en helemaal bovenin zijn schietgaten aangebracht om de vijand te kunnen afslaan. N.B.: de geweren waren gestolen van de Turken! Op de vijfde verdieping van de toren ligt een kapel. In 1844 werd de klokkentoren met twee verdiepingen aangebouwd.

Ook deze toren is prachtig om te zien: beschilderd met bloemmotieven en heiligen.

  

We eten een ‘platte oliebol’; lekker, en genoeg voor een lunch. In het museum zijn veel geschenken te zien die door de eeuwen heen door pelgrims zijn geschonken en ook de de originele deur van de Chreljotoren uit 1335. Maar eigenlijk ging ik toch vooral voor het bijzondere Rafailkruis, waarover ik had gelezen.

De monnik Rafail maakte met behulp van vergrootglazen en een naald in twaalf jaar tijd dit kruis met 104 religieuze scènes en 650  menselijke figuurtjes uit een stuk hout van 81 x 43 cm. Het werd voltooid in 1802, toen de monnik zijn gezichtsvermogen verloor. De bijzonderheid zit hem in het feit dat dit alles in miniatuur -de menselijke figuren in rijstkorrelformaat!- werd uitgevoerd.

En dan rijden we naar Plovdiv. Hier eten we ’s avonds erg goed, bij een restaurant schuin tegenover het hotel.

Dag 4, za 13-06:
PLOVDIV

Plovdiv ligt in het midden van Bulgarije op zes heuvels aan weerszijden van de  Maritsarivier. Het is qua grootte de tweede stad van Bulgarije, maar qua historie misschien wel nummer één. De stad is met haar 8000-jarige (!) geschiedenis een van de oudste steden van Europa en heeft dan ook als motto ‘Antiek en Eeuwig’. Toch toont de stad nieuwer vanwege de heropbouw na een zware aardbeving in 1928, toen de oude stad is opgetrokken in de traditionele Bulgaarse bouwstijl.

Ook hier een geschiedenis met veel namen

Rond 6000 v.Chr. woonden er al mensen in deze regio. De stichting van de huidige stad vond 2000 jaar later plaats (= 4000 v.Chr.). Steden als Athene en Rome bestonden nog niet eens. De stad werd in 340 v.Chr. veroverd door de Macedonische koning Philippus II, de vader van Alexander de Grote. Hij gaf de stad de naam Philippopolis. Toen de stad later weer onafhankelijk werd, noemden de Thraciërs haar Pulpudeva. In de Romeinse tijd (2e-3e eeuw n.Chr.) werd ze onder de naam Trimontium de hoofdstad van de provincie Thracië. Vanaf de 5e eeuw werd de stad bewoond door Slaven, die de stad Puldin gingen noemen. In 815 werd Puldin hoofdstad van het Eerste Bulgaarse Rijk. Gedurende de middeleeuwen was ze soms Byzantijns bezit en dan weer Bulgaars bezit. In 1364 werd de stad bezet door het Ottomaanse Rijk, en was het een belangrijk handelsknooppunt en nijverheidscentrum voor Europa. De huidge naam Plovdiv duikt voor het eerst op in de 15e eeuw.

Het oude centrum

Het oude centrum van de stad lijkt wel een openluchtmuseum. Naast het Romeinse Amfitheater, heeft Plovdiv ook nog een stadspoort uit de 4e eeuw en de oudste moskee van de Balkan, de Djumaya moskee. In het oude deel van de stad bevinden zich daarnaast nog verschillende 19e eeuwse huizen van voormalige rijke handelaren. Enkele van deze huizen zijn opengesteld voor het publiek.

Lekker weer om de stad te bekijken. Midden in een moderne winkelstraat ligt het Romeinse Stadion uit de 2e eeuw n.C. d.w.z. een klein stuk dat is opgegraven. De rest ligt onder de gebouwen van de straat. We zien een maquette waarop goed te zien is hoe groot het wel geweest moet zijn: er konden 30.000 (!) toeschouwers in. Naast het stadion ligt een van de oudste moskeeën van Bulgarije.

Dan lopen we de oude stad in, met de kleurige huizen, maar ook stadspoorten, zoals de Hisar Kapia, een poort uit de middeleeuwse stadsmuur.

Verder erg mooie oude koopmanshuizen. Het Ethnografisch museum is er een van en ligt in een mooie tuin.

Een ander is het Hindlian Huis. Daar willen we vanmiddag nog wel eens naar toe. De hellende straatjes zijn geplaveid met ongelijke keien. Dat past natuurlijk heel goed bij de oude huizen, maar het loopt uiterst ongelukkig. Je kunt niet goed rondkijken want je hebt zo een verstuikte enkel of erger. Dus staan we vaak stil.

  

Het oude Romeinse theater van Philippopolis (2e eeuw n.C.) ligt hooog in de stad tegen een helling en biedt plaats aan ongeveer 6000 toeschouwers, die konden plaatsnemen op 28 rijen met marmeren banken. In de 5e eeuw werd het theater verwoest en onder aarde en puin bedolven. Door een aardverschuiving in 1970 kwam het bouwwerk weer te voorschijn. De tribunes zijn goed bewaard gebleven en in de zomer worden er nu weer concerten gegeven.

Nog verder naar boven ligt Nebet Tepe, een van de heuvels waar Plovdiv op gebouwd is. Behalve het mooie uitzicht vind je hier ook archeologische opgravingen, o.a. resten van oude muren, funderingen en stukken van het voormalige fort dat de stad eeuwenlang beschermde. Later gebruikte men deze oude stenen voor de funderingen van huizen en dit is op sommige plekken in de oude stad nog duidelijk te zien; de onderste, grote stenen zijn uit de tijd van de Romeinen, die er boven uit de middeleeuwen.

Aan het eind van de ochtend bezoeken we de Romeinse Basilica van Philippolis, een hypermodern gebouw, dat op de plaats staat waar ooit een enorme 4e eeuwse kerk stond, gebouwd in de voormalige Romeinse stad. Bij opgravingen zijn twee lagen aan mozaïeken gevonden. Deze zijn over twee verdiepingen heel fraai tentoongesteld. Bij binnenkomst moet je plastik hoesjes over je schoenen doen of je schoenen sealen (nooit eerder gezien). Dit om de glazen vloeren niet te beschadigen.

  

Je loopt a.h.w. boven de meer dan 2000 m2 aan schitterende vloermozaïeken vol geometrische patronen en afbeeldingen van meer dan 100 vogelsoorten.

  <

Hoogste tijd om een hapje te gaan eten. Gisteren vertelde de reisleider in de bus iets over de Bulgaarse eetgewoonten. O.a. dat ze de warme maaltijd vaak lauw eten. Dat merkten we al de eerste avond in Sofia, maar ook nu weer: de soep van Jan is smakelijk, maar niet warm. Dus ten onrechte de eerste avond geen fooi gegeven! Na een rustmomentje op de kamer lopen we weer naar de oude stad. En aangezien Plovdiv gebouwd is op heuvels is het regelmatig veel hijgen. We zoeken eerst weer het Ethnografisch museum op met de mooie gevel en bloeiende tuin. Vervolgens gaan we op zoek naar de Street of Arts, die trouwens erg tegenvalt. Het mogen dan wel ambachtslieden zijn, maar wat ze maken en verkopen zijn de gewone prullerige souvenirs, niks creatiefs, laat staan moois.

Na dit straatje komen we weer beneden buiten het oude Plovdiv terecht, maar we wilden nog naar het Hindlian Huis, dus maar weer alle trappen op. De entreekaartjes worden verkocht door een studente die daar werkt en met wie we een leuk gesprekje hebben. Dit 19e eeuwse koopmanshuis heeft mooi gedecoreerde kamers en zelfs een badkamer met stromend water. Je krijgt een duidelijk beeld hoe sommige welvarende families destijds leefden. We hebben vandaag wel zo’n beetje gezien wat we wilden zien en lopen terug naar de wijk Kapana, waar ook ons hotel ligt. Kapana is een wijk met kleine straatjes waar vroeger verschillende ambachten werden uitgeoefend, o.a. het oudste beroep ter wereld. De wijk bestaat nu vooral uit winkeltjes, cafés en restaurants en is zowel overdag als ’s avonds erg gezellig.

Dus zitten we daar even later op een terras met een glas koud vocht in de hand mensen te kijken. Aangezien we morgen redelijk vroeg vertrekken, dit hotel als enige deze reis geen ontbijt verstrekt, de bakker op zondag gesloten is en de supermarkt pas om 08.30 uur opent besluiten we nú maar wat eetbaars voor morgenochtend te halen. Vervolgens weer smakelijk gegeten in hetzelfde restaurant als de vorige dag.

Dag 5, zo 14-06:
PLOVDIV > Kazanlak > Buzludja > VELIKO TARNOVO
Onderweg van Plovdiv naar Veliko Tarnovo rijden we door de ‘Rozenvallei’, waar grote velden met rozen liggen. Bulgarije is bekend om de rozenolie. Als wij er zijn is er van de rozen nog weinig te zien: de oogst is al voorbij.

Verderop is de streek waar vroeger de Thraciërs woonden. Hier zijn veel tombes gevonden, waar de rijken begraven werden. We bezoeken in de buurt van Kazanlak de Thracische Tombe van een rijke edelman en zijn vrouw. Dit graf werd in 1944 ontdekt en dateert uit de Hellenistische periode (rond einde 4e eeuw v.C.). Het graf staat op de top van een mooi beboste hoge heuvel. Wat we hier zien is de buitenkant van het originele graf. Aangezien dit te kwetsbaar is om voor bezoekers open te stellen is wat verderop een exacte kopie gemaakt. Er zijn verschillende bezittingen gevonden die de koning van pas zouden kunen komen in het hiernamaals, waaronder zijn harnas, zwaard en wijn. Het koepelgraf heeft een gang en een ronde begraafkamer.

De nauwe doorgang is versierd met schilderingen.

  

De grafkamer is zo klein, dat je er hooguit met vier personen kunt staan; maar het is zeker de moeite waard. De grafkamer heeft een mooi beschilderde koepel waarop de vorst met zijn gevolg te zien zijn. Bijzonder om te zien.

Dan rijden we naar de stad Kazanlak waar we tijd hebben om te lunchen. Hier is het jaarlijkse Rozenfeest met folkloristische optredens in het park. Daarom halen we iets om uit het vuistje te eten, zodat we kunnen kijken naar de optredens en kostuums.

  

Wat later halen we ergens een ijsje, waarbij ons opvalt dat niet per bolletje, maar per gewicht van het ijs wordt afgerekend. Nooit eerder gezien. Na deze lunch- en cultuurpauze gaan we nu iets heel anders zien: nl. een monument uit de tijd dat Bulgarije nog onder de invloedssfeer van de Sovjet-Unie was: het Buzludja-monument. Dit wat grootte betreft imponerende bouwwerk in de vorm van een vliegende schotel is gebouwd in de 70-er jaren van de vorige eeuw en tot 1989 intensief gebruikt door de communistische partij. Het was ooit een ontmoetingsplaats voor politieke bijeenkomsten en evenementen. Het gebouw ligt hoog op een heuvel en het waait hard, dus is het gewoon koud! Het is een afzichtelijk gebouw dat van binnen en buiten is vervallen tot een ruïne: alleen de muren staan nog overeind. Je kunt er dan ook niet in. Het imposante koepeldak was ooit versierd met een enorme rode ster, symbool van het communisme. Het is weer zo’n typisch Sovjetgebouw: héél groot, héél grijs en vooral héél lelijk.

Hoewel het Buzludzha Monument controversieel is vanwege zijn politieke betekenis, blijft het een belangrijk cultureel en historisch symbool in Bulgarije. Het dient als een herinnering aan een voorbij tijdperk. Wat verderop zien we nog een ander, minstens zo lelijk, Sovjetmonument, hoewel niet zo groot als het andere. Niet vermeldenswaard is de sanitaire stop onderweg, maar wel de heel lekkere café-frappé die we daar drinken. De koffie in Bulgarije is trouwens overal uitstekend. En dan naar Veliko Tarnovo.

Veliko Tarnovo ligt in het noorden van Bulgarije en ligt op beide oevers van de rivier de Yantra. Het oude centrum is op drie heuvels gebouwd.

Een van deze heuvels, Tsarevets, was bestemd voor de tsaren en de patriarchen. Trapitza, een andere heuvel was bestemd voor kerken en voor de adel. Op de derde heuvel, Sveta Gora, bevonden zich voornamelijk kloosters. De stad heeft een zeer lange en rijke geschiedenis. Al zo’n 5000 jaar geleden bestond er al een nederzetting op deze plek. De ligging in de bergen bood bescherming tegen vijanden. Veliko Tarnovo was in de Thracische tijd een nederzetting en bloeide onder de Romeinen op tot een groot fort boven de stad. Het dal van de Yantra was al in de Romeinse tijd belangrijk want het vormde de verbindingsweg tussen de Donau en de Zwarte Zee. Tot twee maal toe was Veliko Tarnova de hoofdstad van Bulgarije, eerst van het Tweede Bulgaarse Tsarenrijk en later opnieuw, nadat Bulgarije weer bevrijd was van de Ottomanen.

Hier kan de bus niet bij het hotel komen vanwege de hoge ligging en het smalle, eenrichtingsverkeerstraatje. De bagage wordt daarom met particuliere auto’s naar het hotel gebracht. We lopen dus zonder gesjouw naar het hotel boven; wat een verrassing is dat! De ene kant van de straat ligt aan een kloof, met uitzicht op een rivier en een monument. Erlangs staan tafeltjes met parasols. Het hotel zelf is wit gepleisterd met donker houtwerk, geraniums voor de ramen en begroeid met wijnranken. Het is een romantisch plaatje.

We worden verwelkomd met een glas bubbeltjeswijn. Nog nooit meegemaakt! We worden in de watten gelegd, want de koffers worden naar de kamer gebracht. Ook die is een verrassing: zeer royaal, heel smaakvol ingericht en een bank om op te zitten (i.p.v. op je bed te hangen). Ook hebben we een deur met hor naar het balkonnetje en een prachtig uitzicht.

We maken nog een korte wandeling door de stad en eten dan buiten bij het hotel. We slapen heerlijk met de deur open.

Dag 6, ma 15-06:
VELIKO TARNOVO > Shumen > Madara >Stenen Woud >VARNA
Het ontbijt is meer dan voortreffelijk. Niks ontbijtbuffet, maar met linnen gedekte tafels en een overvloed aan broodjes, yoghurt, hartig en zoet broodbeleg en ei in verschillende gedaantes. En dan hebben we het nog niet over de verschillende drankjes. Iedereen vindt het jammer dat we maar één nacht in dit fantastische en mooi gelegen hotel verblijven! De bagage wordt weer naar de bus gebracht. Maar voordat we verder reizen gaan we eerst naar de overblijfselen van de burcht van Veliko Tarnovo.

Tsarevets fort, het machtscentrum van de vroegere hoofdstad bevond zich in de 13e en 14e eeuw op de heuvel Tsarevets, die door dikke muren wordt omringd. Vervolgens werd het verwoest door de Turken in de 14e eeuw. Nu liggen binnen de muren de resten van een tsarenpaleis en een 12e eeuwse kerk. De andere heuvels zijn bebouwd met vooral 18e en 19e eeuwse huizen.

En aangezien kastelen e.d. meestal hoog liggen is het weer flink klimmen.Vooral de herbouwde kerk helemaal boven vind ik geweldig met de moderne schilderingen.

Vervolgens rijden we via Shumen, waar we met een paar reisgenoten lunchen, naar het ‘1300 jaar Bulgarije-monument’ dat even buiten Shumen op een hoog plateau ligt. De afmetingen zijn enorm (zie de mensen ervoor): 70 m hoog en het is dan ook vanaf 30 km afstand te zien. Het werd in 1981 gebouwd ter herdenking van de 1300e verjaardag van het Eerste Bulgaarse Rijk en eert de historische leiders met beelden en een reusachtig mozaïek. Het monument is gebouwd van beton in een kubistische stijl. Het is weer zo’n typisch Sovjetmonument: gigantische afmetingen en grijzer dan grijs.

Binnen dit min of meer ronde monument staan aan de ene kant indrukwekkende krijgshaftige figuren uit de Bulgaarse geschiedenis en aan de andere kant het mozaïek.

Eveneens niet ver van Shumen stoppen we bij de beroemde Ruiter van Madara. Om hem goed te kunnen zien -het wordt afgezaagd- moeten we weer klimmen door een bos met hele hoge rotsen. Hoewel het beeldhouwwerk in de loop der tijd is verweerd en geërodeerd en delen ervan in slechte staat verkeren, is het toch interessant om te bekijken.

Men neemt aan dat de afbeelding werd gemaakt aan het eind van de 7e of begin van de 8e eeuw. Het reliëf, op een 100 m hoge verticale klif, beeldt een bijna levensgrote ruiter uit.  Hij steekt een speer in een leeuw en links rent een hond achter het paard aan. Het beeld wordt gewoonlijk toegeschreven aan een nomadische stam van krijgers. Er zijn echter recente theorieën die het werk toeschrijven aan de Thraciërs. Het monument dateert uit ± 710 n.C. 

En dan rijden we naar Varna, waar we twee nachten zullen verblijven. Maar voor we daar zijn maken we nog een laatste stop bij het ‘Stenen Woud’.

Het Stenen Woud. Zo’n 20 km ten westen van Varna vind je een van de weinige stukjes woestijn van Europa, met zandduinen, cactussen en reptielen. Nog verbazingwekkender is dat deze plek bezaaid is met enorme rotsachtige pilaren, sommige zelfs tot 10 m hoog. Er staan massieve rotsformaties, maar ook pilaren die hol zijn van binnen. Het gebied staat bekend als het Stenen Woud. Het is niet helemaal duidelijk hoe dit zeldzame natuurverschijnsel is ontstaan. Men denkt dat dit vroeger de bodem van de zee was en zijn de pilaren overgebleven als versteend koraal.

Nog heel even rijden en dan komen we in Varna in een heel groot hotel nog uit de Sovjettijd, maar zeer luxueus gerenoveerd: minimaal 5 sterren! We krijgen een kamer op de 5e etage en dat is best hoog als je, zoals Jan, niet met de lift gaat. Ik ga dus met de bagage met de lift naar de kamer, maar dan belt Jan dat we toch een kamer op de 1e etage kunnen krijgen. Oké, ik ga dus weer naar de 1e etage. Onze bagage wordt gebracht. Het duurt echter wel heel erg lang voordat Jan er is en hij is not amused. Hij moest 9 (!) trappen op lopen om bij onze kamer te komen! Ra, ra, ra …? Dan blijkt dat boven de receptie, die al enorm hoog is, een etage met restaurants is, en daarboven een etage met conferentiezalen, en daarboven … kortom, na al deze tussen-etages komt pas de 1e etage met hotelkamers! Dus uiteindelijk deze dagen toch maar gebruik gemaakt van de lift. Gelukkig is het een hele moderne en ruime. Na wat gegeten te hebben maken we een wandelingetje naar het strand, nog een laatste terrasje en dan naar bed.

Dag 7, di 16-06
VARNA

Varna is naast badplaats ook een historische plaats. Na Sofia en Plovdiv is het de derde grootste stad van Bulgarije. Van een vroege Thracische nederzetting is Varna uitgegroeid tot een belangrijke moderne havenstad en hoofdkwartier van de Bulgaarse marine en koopvaardij. Wat aan het einde van de 19e eeuw een stad van voornamelijk houten huizen was, werd in het begin van de 20e eeuw volgebouwd met mooie stenen woningen in verschillende bouwstijlen. Dankzij haar strategische ligging aan de Golf van Varna is de stad al bijna drie millennia een bloeiend handelscentrum. Bij de oude Grieken stond Varna bekend als Odessos (bij de Romeinen Odessus). De stad heeft de grootste collectie Romeinse overblijfselen van Bulgarije, voornamelijk thermae en nog een paar andere bouwwerken, waaronder een aquaduct.

In Bulgarije, en dus ook in Varna, heerste van 1949 tot 1956 Stalin. Zijn communistische regime heeft nog steeds invloed op de moderne havenstad die Varna nu is. Zo kun je overal nog souvenirs kopen met zijn beeltenis erop. In Stalins tijd heette Varna zelfs een poosje Stalin! Die naamswijziging kreeg hij cadeau voor z’n zeventigste verjaardag. 

We hebben besloten niet mee te gaan met de middagexcursie naar een klooster en een botanische tuin, aangezien we morgen ook weer een klooster zien. En ook vanochtend niet mee te gaan naar de kathedraal en het archeologisch museum. We gaan lekker samen op pad. Op weg naar de Romeinse Baden komen we langs het Operatheater, een fraai rood gebouw in belle-époquestijl; een soort van grote bonbondoos. En dan, midden tussen de moderne gebouwen, liggen de ruïnes van de Romeinse baden.

De Romeinse baden, een plek waar de Romeinen elkaar ontmoetten in de 2e en 3e eeuw voor onze jaartelling. Het heette toen de Thermen van Odessus, zo heette Varna destijds. Het hele complex heeft de afmeting van ongeveer een voetbalveld en is dan ook het grootste complex uit die tijd in Bulgarije. Je kunt de ruïnes bezoeken om zo een beeld van de baden te krijgen. Daar heb je wel een beetje fantasie bij nodig maar gelukkig hangen er hier en daar tekeningen en die geven een aardig beeld.

Het was zeker de moeite waard om dit complex gezien te hebben en we zijn er dan ook een poos zoet geweest. Dan is het even zoeken naar de St.Michaëlkerk waar ik iets over gelezen heb. Door een stenen poort kom je in een mooie tuin met een niet heel groot, smal, houten gebouw. Ooit was dit de oudste school van Varna sinds de Bulgaarse renaissance (gesticht in 1860). In de tuin staat als herinnering hieraan een beeld van een man met kind. In 1865 werd hier met de verbouwing voor een kerkje gestart. Het is een klein maar fijn kerkje met bijzondere iconen.

Dan lopen we weer een stuk terug, want we zijn inmiddels een behoorlijk stuk afgedwaald. Onderweg zagen we, zomaar tussen de huizen, resten van opgravingen.

Weer aangekomen in het centrum drinken we eerst op een gezellig terras onder de bomen koffie met wat lekkers erbij. We lopen verder naar de Maria Hemelvaart-kathedraal die gebouwd werd naar model van de kathedraal in St.Petersburg. In de kathedraal staat een hele mooie houten altaarmuur en ook de schilderingen, hoewel niet zo oud, zijn prachtig. We nemen dan ook ruim de tijd om deze mooie kerk te bewonderen.

Inmiddels is het 12.00 uur geworden, dus tijd voor een poosje (voeten-)rust. ’s Middags gaan we de andere kant op, richting de zee, naar het Sea Garden Kustpark. Dit park verbindt het centrum met het strand.

Het park is ca. 7 km lang, mooie aangelegd en er zijn ook verschillende attracties, o.a. het Aquarium. Hier wandelen we naar toe, want het zou een prachtig gebouw zijn met daarin specifiek de flora en fauna van de Zwarte Zee. Maar dat valt tegen. Het gebouw is ongetwijfeld ooit mooi geweest, maar nu is het zwaar verwaarlood. En ook binnen is het erg somber en vooral gedateerd. Jammer. We lopen verder naar de haven, waar gezellige restaurantjes moeten zijn. Onderweg komen we langs een bloemrijk parkje met boven de ingang de afbeelding van een of andere heilige. De tekst erbij is alleen in het Bulgaars. Nieuwsgierig lopen we het parkje in en zien een klein glazen gebouw met binnen iconen, etc. Het lijkt een tentoonstellingsruimte. Even kijken dus. Maar in dit gebouwtje stuiten we op een donkere houten deur, die open is. En binnen zien we een heel klein, maar ook heel mooi kerkje, waar een bruiloft komt of is geweest, gezien de witte bloemen met tule langs het middenpad. Dit is een cadeautje!

Verder naar de haven: veel bedrijfsgebouwen dus uiterst ongezellig. Aangezien we dorst hebben toch maar even een drankje met zicht op het strand en de Zwarte Zee.

En dan weer terug naar de bewoonde wereld. Niet ver van ons hotel zien we een verwijzing naar de Art Gallery; die pakken we ook even mee. Het blijkt een museum te zijn met voornamelijk moderne kunst. En dan echt terug naar het hotel. ’s Avonds zoeken we een restaurant op: naast de fontein tegenover het Operahuis. We eten hier simpel, maar heel erg smakelijk. Terug op de kamer is het alles klaarleggen dan wel inpakken voor het vertrek morgenochtend. Het was een heerlijke ontspannen dag.

Dag 8, wo 17-06:
VARNA > Isperih > Ivanovo >Roese>BOEKAREST
Om 08.00 uur vertrekken we uit dit super-de-luxehotel. Eerst gaan we langs een supermarkt net buiten de stad om wat voor de lunch te kopen, aangezien er vandaag geen gelegenheid is om onderweg ergens te gaan lunchen. Het is echt zo’n supermarkt aan de rand van de stad: gigantisch groot en je zoekt je een ongeluk, want alles staat uiteraard in het Bulgaars aangegeven; het is af en toe raden wat er in de verpakkingen zit. Dan rijden we richting het plaatsje Isperih waar in de buurt oude grafheuvels in het landschap te zien zijn. In een van die grafheuvels 2,5 kilometer van het dorp Sveshtari ligt de beroemdste graftombe. Hier krijgen we eerst een film te zien over de opgravingen en over deze site in het bijzonder. En dan gaan we in twee groepen naar de tombe.

De Thracische tombe van Sveshtari 

Het grafmonument dateert uit de 3e eeuw v.C. en is vermoedelijk het graf van Dromichaetes en zijn vrouw. Archeologen ontdekten het graf in 1982.

Het oude begrafeniscomplex bestaat uit drie verbonden kamers met gewelfde plafonds.

Tien vrouwelijke figuren uitgehouwen in steen vullen de hoofdkamer, gekleed in lange gewaden met hun armen omhoog om de gewelf te ondersteunen. Een van de binnenmuren toont een vorst te paard die een kroon van een godin ontvangt. Hierbij zijn Thracische en Griekse stijlen in één scène te zien en dat toont aan hoe twee culturen elkaar wederzijds beïnvloedden.

Het is heel, heel indrukwekkend en vooral hoe gaaf het bewaard is gebleven. Er mag niet gefotografeerd worden (dus plaatjes internet). Hoe zeldzaam is dit: in een graftombe te staan waar pakweg 2200 jaar geleden mensen zoals wij hun naasten begroeven? Buiten eten we onze meegebrachte lunch in de schaduw van een hoge boom. En dan rijden we naar Ivanova.

Ivanovo rotsklooster. In het dal van een rivier ontstond in de buurt van het dorp Ivanovo een complex van kerken, kloosters, enz. die kluizenaars daar in de 12e eeuw hadden uitgehouwen. Op het hoogtepunt waren er 40 kerken en 300 bijgebouwen, waarvan er veel verloren zijn gegaan tijdens de verovering van het land door de Ottomanen in 1396. Hierna raakte het Ivanovo klooster snel in vergetelheid en verval.

Het volledige rotsklooster bevat meer dan 600 afzonderlijke ruimtes verspreid over verschillende niveaus, een ingewikkeld ondergronds netwerk vormend. Veel ruimtes dienden als woon- en opslagruimtes en werkplaatsen voor de dagelijkse taken van de gemeenschap. Monniken trokken zich hier terug in grotten om te bidden, te schilderen en in afzondering te leven.

Wat ze achterlieten zijn o.a. de  fresco's van de Ivanovokerken, die als heel bijzonder gelden in de christelijke kunst van Zuidoost-Europa.

De grootste blikvanger is de ‘Kerk van de Aartsengel Michaël’, met indrukwekkende 14e eeuwse fresco’s die Bijbelse taferelen tonen. Om daar te komen moet je eerst weer een pittige wandeling maken vanaf de parkeerplaats. Het lijkt wel of alles wat in dit land het bekijken waard is hoog ligt!

Het pad slingert omhoog langs rotsformaties, struikgewas en trappen die deels zijn uitgehouwen in de kalkstenen wand. Het terrein is ongelijk en heeft nauwe doorgangen. De paden zijn soms steil. En dan, na een hele nauwe doorgang, sta je in het kerkje dat niet groter is dan een kleine 25 m2. en waarvan het plafond laag is. Maar de fresco’s, overal waar je kijkt, zijn de moeite van de inspanning meer dan waard, want prachtig bewaard gebleven.

Dit was de laatste bezienswaardigheid in Bulgarije. Via de rotsige trappen weer terug naar het parkeerterrein, waar de reisleider wordt bedankt en het gebruikelijke envelopje krijgt. In de stad Roese, vlakbij de brug over de Donau, wiselen we van reisleider. We nemen afscheid van de Bulgaarse en maken kennis met de Roemeense: Valentin. Na de ‘Vriendschapsbrug’ over de Donau, met een paar enorme pilaren gebouwd door de Sovjets, komen we bij de de grens en zijn we in buurland Roemenië.

ROEMENIE

Roemenië is sinds 2004 lid van de NAVO en sinds 2007 van de Europese Unie.

Roemenië moet nog steeds in verband hiermee aan veel eisen voldoen. In Nederland overheerst het beeld van Roemenië als een land met Oost-Europese flats, paardenkarren op het platteland en criminele bendes. Dat is een erg eenzijdig beeld. Het grootste deel van de bevolking verdient netjes zijn boterham en kan redelijk rondkomen. Een deel van de bevolking leeft echter onder de armoedegrens. Mensen die het zwaar hebben zijn weeskinderen, bejaarden en gehandicapten. Veel jonge mannen en vrouwen zijn (tijdelijk) geëmigreerd en werken met name in Italië en Spanje. Het verdiende geld wordt nogal eens besteed aan de bouw van protserige villa’s zoals je die op het platteland tegenkomt (ook dit fenomeen zagen we in Moldavië).

Oppervlakte: Roemenië heeft een oppervlakte van ongeveer zes keer Nederland.

Ligging: Roemenië is een republiek in Zuidoost-Europa in het oosten grenzend aan Moldavië en de Zwarte Zee, in het zuiden aan Bulgarije, in het westen aan Servië en Hongarije en in het noorden aan Oekraïne en Moldavië. Op Hongarije en Moldavië na is het Romaanse Roemenië omringd door Slavische landen.

Landschap: Het landklimaat en de bergketen van de Karpaten zorgen voor diverse landschappen met ongerepte natuur, oerbossen en vlaktes. Aan de Zwarte Zee zijn er brede zandstranden en een rivierdelta.

Roemenië is geografisch te verdelen in laagvlakte, heuvelland en gebergte. In het midden van het land wordt het hoogland omgeven door de Karpatenboog, waarvan het hoogste punt de Moldoveanu (2548m) is. Bestond Roemenië in het verleden bijna helemaal uit oerbos, tegenwoordig is dat nog maar een kwart. In de Karpaten rond Braşov zijn nog wilde populaties wolven, bruine beren, lynxen en wilde katten. Er zijn natuurparken opgericht ter bescherming van deze soorten.

Roemenië  heeft veel bodemschatten en er zijn veel minerale en thermale bronnen.

Klimaat. Roemenië heeft een landklimaat met warme zomers en koude winters. In de zomermaanden kan de temperatuur oplopen tot 30° en in de wintermaanden varieert de temperatuur van +5 tot -15°. In de hoger gelegen delen kunnen de temperaturen zelfs dalen tot -25°. De meeste neerslag valt in het zuiden en westen, het minst in het oosten.

Vlag. De vlag van Roemenië bestaat uit drie vertikale banden: blauw, geel en rood. De kleuren hebben hun oorsprong in Roemeense geschiedenis: ze staan namelijk voor de drie voormalige vorstendommen c.q. historische provincies: Walachije (blauw), Transsylvanië (geel) en Moldavië (rood).

De vlag van Moldavië is, afgezien van het wapen in het midden, bijna identiek aan de Roemeense vlag. De inwoners van Moldavië delen namelijk met de Roemenen dezelfde taal en cultuur.

Hoofdstad: Boekarest

Munteenheid. De Roemeense leu (meervoud lei) is de Roemeense munteenheid. De naam Leu betekent letterlijk leeuw en is afgeleid van de Nederlandse daalders waarop een leeuw werd afgebeeld: de Leeuwendaalders. Deze circuleerden in de 17e eeuw ook in deze regio en werden vaak 'lei' (leeuwen) genoemd. Tot nu toe is de Euro nog niet ingevoerd.

Bevolking: Roemenië is een land met verschillende volkeren en culturen. en telt 21,5 miljoen inwoners. De grootste bevolkingsgroep vormen de etnisch Roemenen (83,4%). De grootste minderheid de Hongaren (6,1%).  Daarnaast zijn er kleine groepen Duitsers,  Slaven en Turken. T.o.v. de Roma (3,2%)  is er een dubbele houding: de zigeunermuziek wordt enorm gewaardeerd, maar de Roma als bevolkingsgroep spelen een marginale rol in het maatschappelijk leven.

Minderheden. De Grondwet garandeerde lange tijd het vrije gebruik van de eigen taal in scholen en in publicaties. Men sprak niet van minderheden, maar van ‘bij ons wonende nationaliteiten’. In de jaren ’70 en ‘80 van de vorige eeuw, toen dictator Ceausescu aan de macht was, verslechterde de situatie voor minderheden. Na zijn dood in 1989 wordt er gepoogd de verhouding van de staat met de minderheden weer te ontspannen. Er kwam een minderhedenwet en vertegenwoordigers van minderheden hebben zetels in het parlement.

Cultuur. Roemenen zijn erg gastvrij. Als er een toast uitgebracht wordt drinkt men vaak tuica, een borrel met een hoog alcohol percentage, vergelijkbaar met de Hongaarse palinka. Terwijl men op het platteland vasthoudt aan tradities, kiest men in de stad meer voor de moderne, individuele levensstijl.

Religie Roemenië. Na het einde van het communistische tijdperk kwam de religie weer tot bloei. Bijna 100% van de bevolking is gelovig. De grondwet garandeert vrijheid van godsdienst. De meeste Roemenen (ruim 80%) behoren tot de Roemeens-orthodoxe kerk met aan het hoofd de Patriarch van Boekarest. Daarnaast bestaat ongeveer 15% van de bevolking uit andere geloofsgemeenschappen. Zo zijn de etnische Hongaren doorgaans rooms-katholiek of protestant en de etnische Duitsers meestal lutheraan.

Taal Roemenië. De officiële taal is het Roemeens. Het is een Romaanse taal, afkomstig uit het Latijn en maakt gebruik van het Latijnse alfabet. Roemeens is verwant aan het Italiaans, Frans, Spaans en Portugees. In toeristische gebieden kun je vaak terecht met Engels.

Om 19.15 uur arriveren we bij het hotel.

We eten in een restaurent met de naam La Mama en denken dat het een Italiaans restaurant is, maar het is Roemeens (wat we dus helemaal niet erg vinden). Even vergeten dat het Roemeens heel erg op Italiaans lijkt!

Dag 9, do 18-06:
BOEKAREST > Sinaia > BRASOV
We vertrekken om 08.00 uur uit het hotel in het centrum van Boekarest. Het kost eindeloos veel tijd om de stad uit te komen. Files … zo ver je kijken kunt: files. En dat is onderweg vaak niet veel beter. En hoewel er in Roemenië heel veel auto’s zijn zie je heel af en toe nog de ouderwetse paardenkrachten op de doorgaande wegen.

Halverwege de rit maken we een koffiestop en daarna wordt het landschap bergachtig: we rijden door de Karpaten. Hier en daar zien we zelfs sneeuw op de toppen. We zijn op weg naar Sinaia, een bergresort, gebouwd rond het Sinaiaklooster. De stad is vernoemd naar dit klooster uit 1695, dat op zijn beurt is vernoemd naar de Bijbelse berg Sinaï. Het is een mooi stadje en wordt niet voor niks ‘Parel van de Karpaten’ genoemd. Het doet wat Duits aan met de vele vakwerkhuizen.

Hier gaan we het Peleșpaleis bezoeken, de voornaamste attractie van Sinaia.

Het Peleșpaleis werd in 1880 in opdracht van de Roemeens-Duitse vorst Carol I als zomerhuis gebouwd. Om het paleis heen ligt een mooie tuin met prachtig uitzicht op het Bucegigebergte. De Roemeense ex-koning Michael I woonde in het koningsslot tot hij in 1947 door de communisten hieruit werd verdreven. Hij leefde na de communistische machtsovername lange tijd in ballingschap en keerde pas in 1997 terug naar zijn geboorteland. Met ingang van 2008 is hij weer in slot Peleș gaan wonen. De oud-monarch heeft aangegeven dat het slot tot in de eeuwigheid voor toeristen geopend zal blijven.

Aangezien wij geen fans zijn van paleis- of kasteelinterieurs houden we het bij de buitenkant van het paleis, die overigens ook heel fraai is.

  

Buiten het paleis zie je (veelal oude) vrouwen staan die bloemen en/of vruchten verkopen.

Na een simpele lunch net buiten de paleistuin rijden we verder naar Bra?ov, waar we aan het eind van de middag arriveren.

Brașov is één van de grootste steden van de Roemeense regio Transsylvanië en één van de populairste in het land. De stad wordt omgeven door de zuidelijke Karpaten en is m.n. vanwege de prachtige omgeving razend populair. Het historische centrum van Brașov is niet groot, maar heeft goed bewaarde middeleeuwse architectuur.

Ons hotel ligt recht tegenover het centrale plein. We slenteren wat rond, drinken iets op een terras en bekijken wat we hier morgenmiddag zullen gaan doen. ’s Avonds heel erg lekker en goed gegeten. Het zag er ook uit als een plaatje! Klasse!

Dag 10, zo vr 19-06:
BRASOV, excursie Bran
Vanochtend een excursie naar het kasteel van Bran, dat ca. 30 km van Bra?ov ligt.

Kasteel Bran ligt in de Zuidelijke Karpaten. Het ligt  op een 60 meter hoge rots en kijkt uit over de brede vallei op de grens van de historische regio's Walachije en Transsylvanië. De deels gepleisterde muren zijn opgetrokken uit grijze natuursteen en rode baksteen. Het kasteel heeft vier torens van drie verdiepingen, afgewerkt met spitse rode daken en bruine houten balkons. Rond de binnenplaats zijn enkele smalle trappen uitgehouwen. Aan de binnenkant zijn veel gangen en poorten.

  

Geschiedenis van het kasteel. In de 11e eeuw werd hier een houten fortificatie gebouwd bij een belangrijke pas, die een oude en belangrijke handelsroute met het Oosten vormde. Niet veel later werd het fort vernietigd door de Mongolen. In 1377 kregen de Saksische inwoners van Kronstadt (nu Brașov) Lodewijk I van Hongarije toestemming om op dezelfde plek en op eigen kosten een citadel te bouwen als verdedigingswerk tegen de Ottomanen. Daarvoor was de ligging perfect: hoog op een steile rots bij een bergpas op de handelsroute tussen Transsylvanië en Walachije. Later werd het een douanepost tussen deze regio’s.
Bijna 200 jaar later werd het kasteel in bezit genomen door de bevolking van het stadje Bran. Tot diep in de 18e eeuw bleef het kasteel een militaire rol spelen. Daarna trad een geleidelijk verval in.

In 1920 werd het kasteel door de bevolking van Braşov geschonken aan het Roemeense koninklijk huis. Koning Ferdinand I en diens vrouw Marie van Edinburgh namen er hun intrek en lieten het gebouw uitgebreid renoveren: de wapenkamer werd omgebouwd tot een kapel en de schietgaten werden vervangen door ramen. In een waterput werd een lift gemaakt waarmee een imposant park onder het kasteel te bereiken was. Koningin Marie richtte het kasteel in met kunst van die tijd, traditionele meubelen en met wandtapijten.

In 1938 liet ze het kasteel na aan haar dochter prinses Ileana, die met aartshertog Anton van Habsburg (de Habsburgers regeerden vanaf eind 17e eeuw over Roemenië) was getrouwd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog runde prinses Ileana er een noodziekenhuis. In 1948 moest de familie vluchten en werd het kasteel geconfisqueerd door de communisten, waarna het opnieuw in verval raakte.
In 2006 schonk de Roemeense regering het kasteel terug aan de zoon van prinses Ileana, Dominic van Habsburg, die even overwoog om het te verkopen, maar het uiteindelijk een bestemming als museum gaf ter nagedachtenis aan koningin Marie en de rijke geschiedenis van de familie. In 2014 zette hij het kasteel opnieuw te koop voor een duizelingwekkend bedrag, maar nu lijkt er toch besloten te zijn om het kasteel te promoten als dé plek waar het verhaal van graaf Dracula tot leven komt. En dat werkt, want het kasteel trekt heel veel bezoekers.

Het is aardig zo’n echt oud kasteel te zien, maar het interieur van koninging Marie valt erg tegen -was toch al niet ons ding- en verder waren er nog een paar vertrekken met als onderwerp Dracula.

Dracula en het kasteel. Voor de meeste Roemenen is Vlad Dracula die leefde in de 15e eeuw, ondanks zijn wreedheid een nationale held die de Turken wist tegen te houden. Vlad III was een zoon van Vlad II, die prins was van Walachije en ridder van de Hongaarse Orde van de Draak. Vlad II, de vader dus, werd daarom dracul (de draak) genoemd, en zijn zoon dracula (=zoon van dracul). In het moderne Roemeens betekent het woord dracul ‘duivel’. Vlad III was een uiterst bloeddorstig heerser. Hij was berucht voor het spietsen van mensen, een gewoonte waaraan hij zijn bijnaam ‘Țepeș’ (=spietser) te danken heeft. Vlad koesterde een grote haat tegen de Ottomanen en heeft jarenlang tegen hen gevochten.

Eigenlijk heeft dit kasteel niets te maken met ‘Graaf Dracula’. Dracula is een personage uit een verhaal van de Ierse schrijver Bram Stoker. Hij speelde perfect in op maatschappelijke angsten die in zijn tijd speelden en goot die angsten in een griezelige figuur die in een kasteel op een berg ergens in het onbekende oosten van Europa leefde. Stoker baseerde zijn verhaal niet op Vlad Dracula (de spietser) maar op een ouder vampierverhaal. Er wordt wel gezegd dat Stoker tekeningen van het kasteel in Bran had gezien, maar dat is moeilijk hard te maken. En er zijn al helemaal geen aanwijzingen dat Bram Stoker het kasteel of Transsylvanië ooit heeft bezocht. Ook is het onwaarwaarschijnlijk dat Vlad III ofwel Vlad de Spietser hier ooit is geweest aangezien Vlad en de heren van Bran tegenstanders waren.

Rond het middaguur zijn we terug in Bra?ov en na op een terras wat gegeten te hebben gaan we de stad verkennen. Eerst naar de ‘Zwarte Kerk’ (14e eeuw), die niet zwart is, maar zijn naam dankt aan een brand in de 17e eeuw. Ongewoon is dat er in de kerk veel oude Anatolische schapenwollen tapijten hangen. De rijke handelaren gaven ze aan de kerk cadeau om God te danken voor hun behouden thuiskomst na een buitenlandse missie.

Bra?ov is één van de belangrijkste steden van Transsylvanië en dat betekent dat de stad zich altijd heeft moeten verdedigen. Daarom bouwden de Saksen tussen 1400 en 1650 een aantal stadsmuren die de stad moesten beschermen. De enige stadspoort die nog overeind is gebleven is de Poort van Ecaterina uit de 16e eeuw. Deze was ooit de belangrijkste toegangspoort tot de stad. De poort heeft vier kleine torentjes; ze symboliseren de rechterlijke autonomie van de stad en het 'recht van het zwaard', d.w.z. het recht om te beslissen over de doodstraf. Boven de ingang draagt de toren het stadswapen. We vinden de poort mooi, maar ook heel klein voor een stadspoort.

In het parkje rond de poort zien we veel kinderen in folkloristische klederdracht die daar zijn voor een fotoshoot. Leuk om te zien. Maar voor ons ook bijzonder dat kinderen hier al grootgebracht worden met de folklore van hun land.

  

Bra?ov is ook beroemd om zijn smalle straatjes, waarvan Strada Sforii, het smalste straatje van de stad de bekendste is. Het straatje heeft een breedte van 130 cm en op het smalte punt is het slechts 110 cm breed. Tijdens de 17e eeuw werd het straatje gebruikt door de brandweer om sneller bij branden te komen. Maar er gaat ook een verhaal rond over Vlad Dracula die in Strada Sforii zijn minnares zou hebben ontmoet. Hoe dan ook, het straatje is gesloten i.v.m. renovatie. Maar niet getreurd, want hier vlakbij moet de Beit Israël Synagoge zijn. En ja hoor, in een inham tussen de gekleurde huizen zien we hem, dus hier maar eens kijken. I.t.t. de synagoge in Sofia worden we gastvrij ontvangen door een vriendelijke man. Hier geen tassencontrole, stevige hekken en camera’s of door de scanner. Nee, we worden begroet met de woorden “Be my guest” en met een vriendelijk knikje “you can take pictures”. Zo kan het dus ook! Was de synagoge in Sofia heel kleurig, deze is helemaal wit op een paar blauwe accenten na. Wanneer we uitgekeken zijn hebben we nog even een praatje met de man.

We komen weer langs de Ecatarina Poort en lopen verder langs de oude stadsmuur om vervolgens via een mooi bospad omhoog naar de Turnul Negru (zwarte toren) te lopen. Deze kan je een stukje beklimmen en dan heb je een mooi uitzicht over de stad. Dan lopen we weer terug naar het centrale plein, c.q. de markt: Piata Sfatului, een levendige plek vol met cafés, restaurants en winkels. Het plein wordt gedomineerd door het stadhuis, een prachtig gebouw uit de 15e eeuw dat nu het Historisch Museum van Bra?ov is. Boven de ingang draagt de toren, net als de stadspoort, het stadswapen: een kroon op een eikenstam met wortels. Een kroon omdat Brasov vroeger Saksisch was en Kronstadt heette.

Rondom het oude stadhuis worden al honderden jaren markten gehouden met streekproducten en lokale evenementen georganiseerd. Zo ook nu weer. Maar wij gaan op zoek naar een kerkje dat hier ook ergens moet zijn. Na wat rondkijken zien we verscholen naast een fastfoodzaak een onopvallende kleine doorgang. En wanneer je hier doorheen loopt kom je in een bescheiden binnentuin terecht waar de ingang van het kleine, maar heel mooie orthodoxe kerkje is, de Biserica Sfânta Adormire a Maicii Domnului. Schijn bedriegt dus! De kleine kerk met de lange naam wordt nog steeds volop bezocht door de lokale bevolking.

  

Dan vinden we het wel weer genoeg geweest voor vandaag. Nog even een drankje op het plein totdat we gaan eten. Het is intussen wat gaan regenen en we komen dan terecht bij een luxe restaurant, waar we heerlijk gegeten hebben.

Dag 11, za 20-06:
BRASOV > Fagaras > SIBIU
Vandaag rijden we van Brașov naar Sibiu. Onderweg stoppen we kort in Fagaras voor een korte koffiepauze. Even de buitenkant van de burcht gezien en snel de plaatselijke kathedraal binnengelopen, die schuin tegenover het koffietentje liggen.

Dan verder naar Sibiu. Hier ligt het hotel een stukje buiten het centrum. Eigenlijk valt dit ook wel mee, ca. 20 minuten lopen. Maar in vergelijking met de voorgaande hotels, die allemaal in het centrum lagen is dit dus wat verder. We komen rond het middaguur aan in Sibiu, maar kunnen pas om 15.00 uur inschecken. Dus wordt de bus om 12.30 uur bij de stadsmuur geparkeerd en lopen we de oude stad in waar we eerst naar Piate Mare lopen, het centrale plein in de stad. En net als bij andere centrale pleinen staat hier een aantal belangrijke gebouwen (zoals de katholieke kerk, de raadstoren en het nationaal museum) en zijn er veel terrassen. Ook Sibiu is een oud-Saksische stad. Dit is te zien aan de architectuur en de vele Duitse namen. Zo heette Sibiu vroeger Hermannstadt. Wat hier vooral opvalt zijn de huizen met de ‘ogen’: de dakramen die op geloken ogen lijken.

De reisleider stelt voor een gezamenlijke stadswandeling te maken, dus eerst naar de genoemde katholieke kerk; een barokkerk met een groot orgel. Hierna haken we af, het duurt ons allemaal veel te lang. Eerst gaan we een hapje eten op het Piata Mica. Tussen deze twee pleinen ligt de ‘Leugenbrug’.

De Leugenaarsbrug of Leugenbrug werd gebouwd in 1859. Dit was destijds de eerste gietijzeren brug in zijn soort in Roemenië. Volgens de overlevering werd deze ‘brug van de leugens’ genoemd omdat de brug een trefpunt was voor handelaren. Contracten werden hier afgesloten. Ook zochten veel jong geliefden elkaar op deze brug op en beloofden zij elkaar eeuwige trouw. Zowel de contracten als de beloftes van trouw werden niet altijd nagekomen. Vandaar de naam Leugenaarsbrug. Een andere verklaring voor de naam: het is een brug die zonder pijlers ‘ligt’. In Hermannstadt sprak men destijds Duits en kwam het woord liggen van het Duitse ‘liegen’. En dat is een klein stapje naar “lügen” (leugen).

De eerste verklaring is natuurlijk veel leuker! Dan komen we op een ander oud plein, waar nog delen van de oude stadsmuur te zien zijn: het Piata Huet.

Hier staat ook de Evangelische Kerk van Sibiu, die zo ongeveer het hele plein beslaat. Gebouwd tussen 1350 en 1520 met een 73 m hoge toren. Niet te missen dus! Binnen is het een bijzonder mooie kerk met een prachtig orgel. Op het moment dat wij er zijn wordt het bespeeld: al weer een cadeautje!!

Vervolgens lopen we door de winkelstraat, met talloze terrassen en een aaneenschakeling van verkooppunten van schepijs, en de Cetatii-straat terug naar de bus. In de laatste straat staan overblijfselen van de oorspronkele vestingwerken van Sibiu. O.a. de ‘Dikke toren’, waarin de concertzaal is gevestigd en de ‘Timmermanstoren’.

Dan terug naar het hotel om in te checken. Wie wil kan aan het eind van de middag weer met de bus naar het oude centrum gebracht worden. Hier maken we gebruik van. Want hoewel 20 min. lopen niet heel veel is hebben we vanmiddag al uren geslenterd, gaan dat straks ook weer doen en het is nog steeds 30°. Gemak dient de mens! We gaan nu het lage deel van de stad bekijken.

Het bijzondere aan Sibiu is dat de stad  is opgedeeld in twee delen, Orașul de Sus (het bovenste gedeelte) en Orașul de Jos (het onderste gedeelte). Je komt er via de verschillende trappassages (Pasajuls).

De Pasajul Scarilor is de populairste trappassage en heeft de ingang aan het Piata Huet. Inmiddels weten we de weg naar dit plein en lopen daar door het poortje naar beneden.

Hier woonden vroeger de arbeiders, de elite woonde in de bovenstad. We kijken daar even rond in de kleine straten. Weer terug boven rusten we uit op een terras met een drankje. We maken een ommetje langs de vestingmuren en zoeken de andere passage naar beneden op: de Pasajul Piata Aurarilor. Deze ligt verscholen onder de toren van een huis op het Pia?a Mica. Als je de smalle donkere trappen afloopt kom je op het pleintje van de goudsmeden, die hier in de middeleeuwen hun werkplaatsen hadden.

  

De smalle kronkelige straatjes zijn heel schilderachtig met de gekleurde kleine huizen.

Nog even wat drentelen door de stad en dan via de eerder genoemde winkelstraat lopen we naar het park om even onder de bomen van een ijsje te genieten en uit te blazen van al het slenteren en klimmen. Halverwege de avond zijn we weer terug in het hotel. Hier eten we buiten. Ik heb deze vakantie nog niet zo slecht gegeten!

Dag 12, zo 21-06:
SIBIO > Cozia > Curtea de Arges > BOEKAREST
Vandaag naar Boekarest, onze laatste standplaats in Roemenië. Het eerste stuk van de route rijden we een mooie weg langs de rivier de Olt, een zijrivier van de Donau.

Eerst stoppen we in Cozia, waar een mooi klooster met indrukwekkende fresco’s moet zijn. Maar we hebben pech: zowel de kerk (renovatie) als het klooster is niet toegankelijk. Daarom is er naast het klooster wel een ‘buitendienst’ met houten banken onder de bomen en schetterend gezang door de microfoons.

Verder naar Curtea de Arges.

Curtea de Argeş is een van de oudste steden van Roemenië. Van de 14e tot de 16e eeuw heerste hier de Basarabdynastie over Walachije, het zuiden van het huidige Roemenië. Curtea de Argeş was een tijdlang de hoofdstad van dit vorstendom. Aan de andere kant van de Karpaten bevond zich het meestal met Hongarije verbonden vorstendom Transsylvanië.

In deze plaats houden we halt bij het beroemde klooster met de schitterende witte kloosterkerk (ook dit weten we weer van horen zeggen!). Want ook deze wordt gerenoveerd en staat dus volledig in de steigers.

Wel zien we de kloosterkerk.

  

Op hetzelfde terrein staat nog een ander gebouw met de tombes van verschillende koningen. En hier zien we weer, zowel in de kloosterkapel als in de kapel bij de graven, hoe devoot de mensen zijn. Heel indrukwekkend. Onderweg, even buiten Pitesti lunchen we in een foodcourt in een luxe winkelcentrum. En dan rechtstreeks naar Boekarest. Daar aangekomen in het hotel checken we al in voor onze vlucht van dinsdag naar huis; het kan maar gedaan zijn. Dan maken we nog een wandelingetje, niet te lang, want het is nog steeds 31° en een koud drankje lonkt! Het is trouwens gezellig druk op straat. In het weekend zijn de straten in het centrum afgesloten voor alle verkeer, dus heel veel flanerende mensen en stampvolle terrassen.

Dag 13, ma 22-06:
BOEKAREST
In het zuidoosten van het land, aan de rivier de Dâmbovița, ligt de hoofdstad van Roemenië. Economisch gezien is Boekarest de meest bloeiende stad van Roemenië, m.n. sinds de jaren ’90, en een van de belangrijkste industriële centra en verkeersknooppunten van Oost-Europa.

Voor Europese begrippen is Boekarest geen oude stad: de eerste vermelding dateert uit 1459. Sindsdien ontwikkelde Boekarest zich snel. In 1659 werd ze hoofdstad van het Vorstendom Walachije en in 1862 Verenigde Roemenië. Tussen de wereldoorlogen werd Boekarest ‘Klein Parijs’ of ‘Parijs van het Oosten’ genoemd, naar de destijds elegante uitstraling van de stad.

De 20e eeuwbracht veel veranderingen. De stad viel ten prooi aan oorlogsbombardementen (1944), hevige aardbevingen (de laatste was in 1977), de grootheidswaanzin van Nicolae Ceaușescu, waarvoor een groot deel van de stad moest wijken (eind 20e eeuw) en een ongebreidelde bouwwoede daarna. Gelukkig is er uit de verschillende periodes veel blijven staan of prachtig gerestaureerd.

In het zuiden vind je het gigantische paleis dat door de voormalige dictator Nicolae Ceauşescu is opgebouwd. Daarvoor heeft hij een oude wijk laten platwalsen. Een groot deel van de nieuwe bebouwing is niet afgerond, want het is na de revolutie van 1989 nooit meer opgepakt. In het noorden van Boekarest tref je grote meren en parken.

Het grootste deel van de groep gaat voor een rondleiding naar het Parlementspaleis, maar wij gaan de stad weer op ons eigen houtje verkennen. We lopen eerst naar het plein van de Revolutie.

Piaţa Revoluţiei, vroeger het Paleisplein, werd in 1989 na de Roemeense revolutie omgedoopt. Hier bevond zich het voormalige hoofdkwartier van de Roemeense Communistische Partij. Het plein speelde een cruciale rol in de recente geschiedenis van Roemenië. Op 22 december 1989 begon hier de val van het communisme toen meer dan 100.000 mensen zich op het plein verzamelden en het aftreden eisten van Nicolae Ceaușescu en zijn vrouw. En ook vanwaar zij toen per helikopter moesten vluchten.

Het balkon, waar hij zijn laatste toespraak hield: ik zie de televisiebeelden van destijds weer helemaal voor me!

Op het plein staat het 25 m hoge Memorial of Rebirth. Bovenaan de pilaar is een metalen kroon bevestigd. Het monument herdenkt de 1500 slachtoffers die in 1989 het leven lieten tijdens de revolutie.

Langs de drukke straat voor de Nationale Bibliotheek staat het ruiterstandbeeld van koning Carol (=Karel) I van Roemenië die van 1866 tot1914 regeerde. Hier tegenover staat het Nationaal Kunstmuseum. Iets verderop ligt het Roemeense Atheneum, een concertzaal in een mooi classicistisch gebouw. Alles vlak bij elkaar.

Dan lopen we een stuk de andere kant op over de Caleo Victoria, een van de belangrijkste straten van de stad, genoemd naar de Roemeense overwinning in de Onafhankelijkheidsoorg van 1877-1878. Hier verdringt het ene imposante gebouw het andere, o.a. een indrukwekkend bankgebouw en min of meer er tegenover het al even monumentale gebouw van het Nationaal Museum van de Roemeense Geschiedenis. Dit museum is gehuisvest in het voormalige Paleis van Postdiensten. Ik vermoed zoiets als het hoofdpostkantoor, maar de naam ‘paleis’ is wel van toepassing op dit bouwwerk. Dan steken we de rivier over om via de Boulevard van de Vrijheid bij het Grondwetsplein te komen. Eigenlijk is dit een half-cirkelvormig groot parkeerterrein. Je hebt hier een goed uitzich op het megalomane Parlementspaleis.

We lopen nog een stuk verder om ook nog een andere kant van het paleis te zien. Groot, groter, grootst!! (zie voor de beschrijving van dit bouwwerk aan het eind van deze dag). Dan weer een eind terug waar we de Strada Stavropolos opzoeken en daar nemen we een pauze op het terras van Caru’cu Bere, een populair restaurant in de stad. Het zit in een groot pand in gotische stijl en is bekend om het eten, maar vooral om het prachtige interieur. We reserveren in deze bijzondere eetgelegenheid maar meteen een tafel voor onze laatste avond van de vakantie.

Schuin hier tegenover ligt de Stavropoleos-kloosterkerk.

De Stavropoleos-kloosterkerk is gewijd aan de aartsengelen Michael en Gabriel. Deze kleine kerk is de mooiste in de oude wijk van Lipscani en werd gebouwd 1724. Het enige dat nu over is van het voormalige klooster is de kerk. De kerk zelf kreeg meerdere aardbevingen te verduren. Tijdens één ervan viel de koepel in; de schilderijen werden aan het begin van de 20e eeuw gerestaureerd. De kerk staat bekend om zijn unieke architectuur en prachtige fresco’s. Het interieur van de kerk is versierd met houtsnijwerk en bladgoud en wordt beschouwd als een meesterwerk van de Roemeens-orthodoxe architectuur.

Wat een pareltje! Het kerkje is heel klein, maar oh zo mooi. Ook in de kleine binnentuin is alles even mooi gedecoreerd. Je komt ogen te kort.


En dan verlangen we hevig naar de hotelkamer voor een korte siësta… We kunnen er weer even tegen, dus op zoek naar Curtea Veche (het oude prinselijk hof) dat werd gebouwd tijdens het bewind van Vlad III -ofwel 'Dracula'- in 1459. De citadel was de rechtbank van de provincie Walachije, tegenwoordig resten slechts ruïnes. En zelfs die worden gerestaureerd, dus van het prinselijk hof krijgen we totaal niets mee. Maar bijna ernaast ligt de de oude prinselijke Annunciatie-kerk van Sint-Antonius (1559). Dit is het oudste religieuze gebouw van de stad waarvan het oorspronkelijke uiterlijk nog intact is. Al die orthodoxe kerkjes zijn min of meer hetzelfde, maar toch ook weer anders. Dit geldt trouwens ook voor alle katholieke kerken. En weer de devotie van de mensen; ze staan in de rij om iconen of andere beeltenissen van heiligen aan te raken of te kussen. Dit blijft fascinerend om te zien.

We zijn nu in de oude wijk Lipscani, het meest oude en authentieke deel van Boekarest. Dit is het historische centrum waarvan de oudste huizen dateren uit de 16e en 17e eeuw. Al sinds de middeleeuwen wordt deze wijk als belangrijk handelscentrum genoemd. Dit gebied is eigenlijk alles wat er nog over is van het Boekarest van vóór de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog veranderde de wijk in een no go-area met vervallen huizen en prostituees. Maar sinds de val van het communisme kwam er een grootschalig renovatieprogramma op gang dat nog altijd voortduurt. Nu is Lipscani een van de levendigste wijken van Boekarest met koffietentjes, restaurants, winkels, kunstgalerieën en antiekzaken. Dit is nu het meest toeristische gebied van Boekarest. Hier is ook een bijzondere boekhandel, genaamd Carturesti Carusel.

De Carturesti Carusel. Het gebouw (19e eeuw) was oorspronkelijk eigendom van een Griekse bankier. In de jaren ’50 werd het door het communistische regime geconfisqueerd en raakte het in verval. Na de val van het communisme begon de kleinzoon van de bankier een lange juridische strijd om het afgetakelde pand weer in bezit te krijgen. Hij transformeerde het tot de stijlvolle boekwinkel die het nu is. Het gebouw wordt ook wel “Carrousel van het Licht” genoemd vanwege de dakramen. De verdiepingen met boeken hebben witte balkons, wenteltrappen en overal zitjes om te lezen. Op de bovenste etage zit een bistro, in de kelder een multimedia-ruimte en een galerie. De eerste verdieping is gewijd aan moderne kunst. Daarnaast kun je hier knutselspullen en leuke cadeautjes kopen.

We kijken een tijdje rond in deze mooie winkel. En dan zoeken we een terras op om iets te drinken want van dat geslenter bij deze hoge temperatuur word je dorstig. Op mijn lijstje staan nog de synagoge en een klein pittoresk (volgens de beschrijving) Russisch kerkje met zeven koepels. Maar aangezien het erg warm is en we deze reis al twee synagoges en héél veel kerken voorbij hebben zien komen houden we het voor gezien en gaan terug naar het hotel, waar we in de koelte wat schrijven, puzzelen, etc. ’s Avonds eten we weer bij Caru’cu Bere.

Het Parlementspaleis

Met een oppervlakte van 365.000 m2  is dit het grootste gebouw van Europa. Wereldwijd zijn slechts het Pentagon (Washington/VS) en het Ptala (Lhasa/Tibet) groter.Het is dus vooral bekend om zijn enorme afmetingen en ook indrukwekkende architectuur. Het bouwwerk is een van de meest extravagante en dure bouwprojecten in de geschiedenis van de vorige eeuw.

Dictator Nicolae Ceaușescu van Roemenië was erg onder de indruk van de persoonlijkheidscultus rond de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il en de Chinese leider Mao Zedong. Dat wilde hij ook! Hij liet zichzelf ‘conducător’ noemen, zoals Hitler zich met Führer liet aanspreken.

Ook liet hij megalomane bouwprojecten uitvoeren met als klapstuk een gigantisch paleis, dat aanzien zou geven over de hele wereld.

Begin jaren ’80 gaf de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu opdracht voor de bouw van dit grote paleis in de hoofdstad. Hiervoor waren twee aanleidingen: 1) Boekarest was in verval geraakt na twee wereldoorlogen en een verwoestende aardbeving in 1977 en 2) op dat moment bereikte Nicolae Ceauşescu zijn hoogtepunt in grootheidswaanzin: hij wilde een gigantisch gebouw optrekken dat hij 'Casa Poporului' (= ‘Huis van het Volk’) noemde. Ceaușescu zou er gaan wonen, samen met zijn vrouw. Daarnaast zou het gebruikt worden voor het ontvangen van buitenlandse gasten. De onderste kelder zou een atoombunker moeten worden, die Ceaușescu zou moeten beschermen tegen een eventuele nucleaire aanval.

Huis van het Volk. De bouw begon in 1984, waarvoor een complete wijk van Boekarest met de grond gelijk werd gemaakt en 40.000 mensen verplicht moesten verhuizen. Daarbij moesten ook een stadion, een groot aantal kerken, kloosters en synagogen worden afgebroken. In totaal werd 1/5e van het centrum van Boekarest met de grond gelijk gemaakt voordat de architect überhaupt met de bouw van het Parlementspaleis kon beginnen.

De 3,2 km lange weg die naar het paleis leidt moest de Champs Elysées van Boekarest worden en heette Boulevard Victory of Socialism (nu Boulevard Unirii = Boulevard van de Eenheid). Ceauşescu liet de boulevard met opzet 1 m breder en 6 m langer ontwerpen dan de Parijse boulevard, zodat het allemaal nóg indrukwekkender zou zijn.

Ceaușescu wilde ook dat het gebouw volledig werd gebouwd met Roemeense grondstoffen. Op twee massieve houten deuren uit Zaïre na (cadeautje van zijn collega-dictator Mobutu) is het gebouw helemaal van Roemeens bouwmateriaal gemaakt. Dit had tot gevolg dat tijdens de bouw nagenoeg de gehele Roemeense economie in dienst ervan was. De complete productie van marmer was bijvoorbeeld lange tijd volledig bestemd voor het paleis. Roemeense grafstenen moesten in die periode van een ander materiaal worden gemaakt, bijv. van hout. Het paleis heeft marmeren trappen, enorme gangen en hallen en gigantische zalen; de grootste zaal is qua oppervlakte bijna even groot als een voetbalveld!

Ook werden op bevel van Nicolae Ceaușescu veel geheime tunnels gebouwd. Ze strekten zich over 20 km uit en verbonden overheidsgebouwen en woningen, die waren uitgerust met directe militaire communicatie. De tunnels van het paleis naar het vliegveld, ontworpen voor Ceaușescu's veilige doorgang in noodgevallen, konden hem niet helpen tijdens de Roemeense Revolutie.

Om het project te financieren (de kosten werden in 1989 geschat op 1,75 miljard dollar) moest Ceauşescu enorme buitenlandse schulden op zich nemen. Om die schulden terug te betalen exporteerde hij de Roemeense landbouwoogst -waardoor het Roemeense volk systematisch verhongerde- en industriële producten, waardoor de levensstandaard in Roemenië tot een dieptepunt zakte.

De Roemeense revolutie. De rijen voor de supermarkten werden in de jaren ‘80 steeds langer, terwijl er steeds minder goederen lagen. Om de staatsschuld terug te dringen kon er in de winter nauwelijks gestookt worden. In huizen mocht de temperatuur niet boven de 14° komen en per woning mocht er één gloeilamp van 40 Watt worden gebruikt. Ceaușescu leefde intussen in weelde verder!

Toen het paleis bijna voltooid was brak in december 1989 de Roemeense revolutie uit. Massale protesten in Timisoara zorgden ervoor dat de staat van beleg werd uitgeroepen. Een betoging in Boekarest escaleerde tot een felle opstand en Ceauşescu en zijn vrouw ontvluchtten Boekarest per helikopter. Hij werd op een legerbasis gevangen genomen nadat hij uit de helikopter gestapt was. De dictator werd ter dood veroordeeld door een ad hoc militaire rechtbank op beschuldigingen variërend van het illegaal verzamelen van rijkdom tot genocide. Ceauşescu en zijn vrouw werden geëxecuteerd door het vuurpeloton op eerste kerstdag 1989.

Na de revolutie. Toen het bewind van Ceauşescu in 1989 omver geworpen was waren het ontwerp en de structuur van het Parlementspaleis vrijwel voltooid. Echter de laatste drie niveaus van de kelder werden nooit afgebouwd. Ook een grote klokkentoren, die de officiële Roemeense tijd had moeten aangeven werd niet meer opgetrokken. Het grootste deel van het pand met de gigantische zalen staat nu leeg omdat veel van de geplande meubelen en extra versieringen hierna niet meer geplaatst zijn. Alle vloer-, muur- en plafondstructuren, verlichtingsarmaturen en enorme deuren zijn nog wel aanwezig.

Functie vandaag. Sinds 1994 zetelt het parlement van Roemenië in dit gebouw en kreeg het de naam ‘Parlementspaleis’. Daarnaast is het Nationaal Museum voor Hedendaagse Kunst er gevestigd en wordt het deels verhuurd voor congressen.

Een paar weetjes over het gebouw